ISLAM is afgeleid van de Arabische stam “SALEMA”: vrede, zuiverheid, overgave en gehoorzaamheid. In religieuze zin betekent islam onderwerping aan de wil van God en gehoorzaamheid aan Zijn wet.
Alles en elk verschijnsel in de wereld, behalve de mens, wordt volledig bestuurd door door God gemaakte wetten, dat wil zeggen dat zij gehoorzaam zijn aan God en zich onderwerpen aan Zijn wetten – zij verkeren dus in een staat van islam. De mens bezit het vermogen tot intelligentie en keuzevrijheid, en daarom wordt hij uitgenodigd zich te onderwerpen aan de goede wil van God en Zijn wet te gehoorzamen, met andere woorden: een moslim te worden. Onderwerping aan de goede wil van God, samen met gehoorzaamheid aan Zijn heilzame wet – moslim worden – is de beste waarborg voor de vrede en harmonie van de mens.
De islam gaat terug tot aan het tijdperk van Adam, en haar boodschap is aan de mens overgebracht door Gods profeten en boodschappers, waaronder Abraham, Mozes, Jezus en Mohammed. De boodschap van de islam is hersteld en bekrachtigd in de laatste fase van de religieuze evolutie door Gods laatste profeet en boodschapper, Mohammed.
Het woord Allah in het Arabisch betekent God, of nauwkeuriger gezegd: de Ene en Enige Eeuwige God, Schepper van het Universum, Heer der heren, Koning der koningen, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle. Het woord Allah om God aan te duiden wordt ook gebruikt door Arabisch sprekende joden en christenen.
